-
Een betoverend huis – Les 1 Bronnen
Vind informatie over het Nijsinghhuis:
FilmpjesWebsites
Het Nijsinghhuis | BinnensteBuiten
Rijksmonumenten
Overlijdensbericht Jos van Groeningen
Pieter Pander
De slang en de appel | Schooltv
Geschiedenis van het Nijsinghhuis -
Een betoverend huis – Les 2 Knoppencursus
Ontdek hoe de fotocamera werkt:

1. Aan/uit-knop – Dat hoeven we verder niet uit te leggen, toch?
2. Sluiterknop – Klik, en je foto is klaar!
3. Bewegend beeldknop – Deze knop gebruik je om te filmen
4. Flitser – Controleer of automatisch flitsen is uitgeschakeld. Wanneer je op een plek bent met weinig licht wil je camera flitsen. Maar je kunt dan beter naar het menu gaan en kiezen voor een hogere ISO.
5. Zelfontspannerlampje – Dit lampje gaat knipperen als je een foto maakt met de zelfontspanner.
6. Lens – Via de lens van de camera zie je wat er op je foto zal verschijnen. De lens is gemaakt van glas. Als je ‘m laat vallen of ergens tegenaan stoot is de kans groot dat de lens kapot gaat. Ga dus voorzichtig met de camera om.
7. LCD-scherm – Hier kun je zien wat je met je camera in beeld brengt.
8. Zoomknoppen – Als je inzoomt worden de dingen groter. Als je uitzoomt worden de dingen kleiner. Denk er ook aan dat je jezelf kan verplaatsen. Wil je iets groter in beeld hebben? Ga dichterbij staan. Wil je iets kleiner in beeld hebben? Doe een paar stappen achteruit.
9. [Mode]knop – Staat de camera in de iA-modus dan regelt de camera alle instellingen. Kies je voor het gele vakje met de rode camera erin, dan kun je zelf de instellingen kiezen.
10. Weergaveknop – Bekijk de foto’s die je hebt gemaakt.
11. Onder- of overbelichten – Als er teveel licht is kun je de mintoets gebruiken om de lichte delen donkerder te maken. Als er te weinig licht is kun je de plustoets gebruiken om de donkere delen lichter te maken.
12. Knop voor zelfontspanner – Wil je een foto maken waar je ook zelf op staat, dan kun je de zelfontspanner gebruiken. Stel de tijd in, poseer en … klik!
13. Menu/Set-knop – Nog invullen
14. Flitsinstelling – Schakel automatisch flitsen uit. Schakel de flitser in op momenten dat je het echt wilt.
15. Macrofunctie – Voor als je foto’s van heel dichtbij wilt maken. Denk aan een lieveheersbeestje dat je beeldvullend op de foto zet. Je ziet alle details en het lieveheersbeestje lijkt reusachtig groot.
16. DISP-knop – Nog toevoegen
17. Menu knop en Wis- en annuleer knop – Heb je op menu geklikt en wil je terug naar het beginscherm, dan klik je op deze knop. Wil je een instelling toch niet? Dan klik je op deze knop. En wil je een foto weggooien? Dan…. klik je op deze knop! -
Een betoverend huis – Les 2 Leer beter fotograferen
Doe de opdrachten en maak mooiere foto’s:
Een foto maken kan iedereen. Je richt je smartphone op je onderwerp, je klikt en klaar ben je. Maar dat is geen fotograferen. Fotograferen betekent dat je eerst nadenkt over wat je gaat fotograferen en hoe je dat gaat doen. Het gaat dan over zaken als compositie, kleur, licht en standpunt. Voer de onderstaande opdrachten uit en je zult zien dat jouw foto’s anders, ja mooier worden!
Compositie
Compositie gaat over de manier waarop voorwerpen in een ruimte of vlak zijn geplaatst. Compositie is niet iets dat je alleen in fotografie vindt. Het is overal om je heen.
Als je een groepje planten in de vensterbank hebt staan, is dat een compositie. Als je de tafel dekt en je legt het bestek rond het bord, dan is dat een compositie.Alles kan
Een compositie kan heel rommelig of juist heel strak zijn. Er kunnen veel of weinig voorwerpen te zien zijn. Ze kunnen elkaar overlappen of juist niet.Laat ruis weg
Fotografen proberen composities te maken die prettig zijn om naar te kijken. Ze proberen alle ‘ruis’ weg te laten uit de foto.
Ruis gaat over alles wat niet bij je compositie hoort. Een stukje hoofd in beeld? Doe een stap opzij. Een lelijke stoel op de voorgrond? Doe een stap naar voren of verplaats de stoel. Liep er een hond voorbij en staat er een stuk staart op je foto? Maak de foto opnieuw.
Liggend of staand
Je kunt een foto staand of liggend nemen. Bij liggend houd je de camera horizontaal, bij staand, verticaal. Bij de ene compositie is liggend beter, bij de andere staand. Hoe je dat weet? Gewoon uitproberen!
OPDRACHT
- Loop door de school. Kijk om je heen. Zoek een onderwerp dat je wilt fotograferen.
- Kijk door de zoeker. Hoe krijg je de beste compositie? Verplaats jezelf in de ruimte, net zo lang tot je een mooi beeld door de zoeker ziet. Maak de foto.
- Controleer je foto op ruis. Zie je dingen die je niet op je foto wilt? Verplaats jezelf in de ruimte, of haal de ruis weg door een voorwerp te verplaatsen. Maak de foto nog een keer.
- Heb je de foto in liggend formaat gemaakt? Maak de foto dan nu ook in staand formaat.
- Vergelijk de foto’s. Past jouw compositie beter bij een liggend of een staand formaat?
Kleur
In foto’s kun je alle kleuren van de regenboog terug laten komen. Maar je kunt ook foto’s maken waarbij één kleur overheerst.
OPDRACHT
- Loop door de school. Kijk om je heen. Zoek een plek met heel veel verschillende kleuren. Zoek naar een mooie compositie. Kies het meest passende formaat (staand of liggend). Controleer op ruis en maak de foto.
- Zoek daarna een plek waar een kleur overheerst. Zoek naar een mooie compositie. Kies het meest passende formaat (staand of liggend). Controleer op ruis en maak de foto.
- Vergelijk de foto’s en benoem de belangrijkste verschillen.
Licht
Fotograferen is eigenlijk spelen met licht. Zonder licht kun je geen foto’s maken.
Als er te veel licht in de camera komt worden je foto’s licht en vlekkerig. Je foto is dan overbelicht. Als er te weinig licht in je camera komt worden je foto’s donker en vaak onscherp. Je foto is dan onderbelicht.
Ook maakt het verschil of je tegen het licht in fotografeert, of juist met het licht mee.OPDRACHT
- Loop door de school. Zet een van je groepsgenoten voor een raam. Maak nu een foto van je klasgenoot met het raam als achtergrond.
- Draai het nu om. Ga op de plek van je klasgenoot staan met je rug naar het raam. Je klasgenoot staat op de plek waar jij eerder stond, met zijn gezicht naar het raam. Maak nu een foto.
- Vergelijk de foto’s en benoem de verschillen. Wat is jullie conclusie?
Standpunt
De meeste mensen die fotograferen doen dat staand, op ooghoogte. Maar er zijn natuurlijk veel meer mogelijkheden. Je kunt fotograferen van beneden naar boven, van boven naar beneden, van veraf, van dichtbij. Jullie kunnen vast nog wel meer bedenken.OPDRACHT
- Fotografeer iets kleins zo groot mogelijk. Let erop dat de afbeelding nog wel scherp is. Lukt het niet om scherp te stellen? Dan moet je meer afstand nemen.
- Fotografeer iets groots zo klein mogelijk. Hoe pak je dat aan?
- Kies een onderwerp en fotografeer dat vanuit zoveel mogelijk verschillende standpunten. Vergelijk de foto’s. Bespreek de verschillen. Welke foto is het beste gelukt? Hoe komt dat?
-
Een betoverend huis – Les 4 Fotogalerij Nijsinghhuis
Bekijk en download foto’s:










































